Enkele aantekeningen bij een goede concept-beginselverklaring
Toen Mark Rutte in januari jl. aangaf een nieuwe beginselverklaring te willen schrijven was ik niet enthousiast. Het is een onderwerp waarbij je het eigenlijk alleen maar fout kunt doen. Dat leek ook te gebeuren toen hij in juni - als voorbereiding voor een partijraadsvergadering over de beginselverklaring - een voorzet gaf. Deze voorzet leek in het geheel niet op een beginselverklaring en verdween gelukkig ook meteen weer in de prullenmand.
Nu de concept-beginselverklaring er is valt alles ontzettend mee. Het is een echte beginselverklaring - er wordt dus alleen over principes gesproken en niet over de uitwerking - en de tijdsgeest van 1980 (lees: artikel 7 en 8) is er keurig uitgehaald. Wat overblijft is een stuk met een basis waaruit een moderne liberale partij zonder meer meerdere decennia inspiratie kan putten. Zowel de linker-vleugel als de rechter-vleugel krijgen voldoende punten aangereikt waarin ze zich kunnen herkennen en vlecht de gehele tekst beide vleugels soepel ineen.
Natuurlijk moeten er een aantal dingen uit ge-amendeerd moeten worden.
Zo passen termen als "de terreur van de middelmaat" en "verheffing van de onderklasse" niet in een liberaal stuk. Ook staan er typisch Ruttiaanse termen in als "hardewerkend Nederland", en de eeuwig terugkerende politie-agent, leraar en verpleger. Tenslotte valt op dat het beginsel 'sociale rechtvaardigheid' niet nader wordt ingekleed; Mark heeft herhaaldelijk aangegeven niets met dit begrip te hebben.
Daar staat tegenover dat door het schrijven door één auteur de tekst een duidelijke kop en staart heeft en niet heeft geleden onder compromissen voordat de ledenvergadering haar compromissen zal gaan afdwingen.
Inhoudelijk vallen me twee dingen bijzonder op.
In de eerste plaats wordt er in de beginselen zelf een rangorde gemaakt. Vrijheid en verantwoordelijkheid lijken belangrijker dan gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en sociale rechtvaardigheid. Deze rangorde wordt nog versterkt door ze als geheel na de missie en visie te plaatsen; de missie en visie lijken dus los te staan van de beginselen en dat mag bijzonder heten. Ook bijzonder is dat de beginselen in de toelichting zonder moeite worden aangevuld met 4 nieuwe begrippen: zelfbeschikking, recht op privacy, rechtsstatelijkheid en democratie. Daar waar de beginselen het anker van het liberalisme moet zijn is het nu een sub-anker met diverse subsub-ankertjes.
In de tweede plaats is er na de beginselverklaring zelf nog een toelichting waarin alle paragrafen (op paragraaf 3 en 7 na) nog een keer vanuit een ander gezichtsveld worden bekeken. Eigenlijk ontstaan er daardoor 2 beginselverklaringen. Voor een deel is de partijraad hiervoor verantwoordelijk. Zij wilde de opmerking dat de VVD streeft naar een "krachtige, kleine staat" schrappen. Niet omdat dit niet klopt, maar omdat het een TON-waardige leus is waar je alles onder kunt verstaan. Mark Rutte wil de kreet zelf blijkbaar handhaven en heeft daarom bijna de helft van de toelichting gebruikt om de "krachtige, kleine staat" invulling te geven. Naar mijn mening is dit redelijk gelukt. De overige tekst in de toelichting is wat mij betreft overbodig.
Wat blijft is een beginselverklaring waarmee - met de nodige aanpassingen - zonder meer ingestemd kan worden.
Vervolgens blijft de vraag waarmee het allemaal begon: waarom moest er zoveel energie worden gestoken in het schrijven van een nieuwe beginselverklaring? Een beginselverklaring is immers het wortelstelsel van een boom; je ziet er niets van, maar als het niet gezond is zal de boom aftakelen. Ook deze beginselverklaring zal in het geheugen van de leden verdwijnen waarna het er op aankomt dat de idealen van de VVD in de dagelijkse praktijk goed over het voetlicht worden gebracht.
In principe kan op basis van deze beginselverklaring een heldere en consistente liberaal geluid worden verwacht. De praktijk is echter dat de VVD al meer dan een jaar op zeer veel diverse punten even actief reageert en daardoor veruit de meeste aandacht in de pers krijgt. Wat (hierdoor?) ontbreekt is een consistent beeld van de visie van de VVD en het levert ook al niet meer zetels (in de peilingen) op. Aangezien de schrijver van deze beginselverklaring en de politiek leider van de Tweede Kamer-fractie één en dezelfde persoon zijn is het zeer de vraag of deze nieuwe wortels zorgen voor één sterke boom of voor de huidige verzameling van bij elkaar horende boompjes.
Peter Lamberts
Door het schrijven van de concept-beginselverklaring rijst de vraag wat de verschillen zijn met de huidige beginselverklaring. Wat blijkt echter; de concept-beginselverklaring bestaat uit 2 ongeveer gelijke delen. Ook hiertussen zitten opvallende verschillen. In onderstaand overzicht probeer ik zo helder mogelijk - zonder een oordeel te vellen - de verschillen in beeld te brengen. Daar waar het van toepassing heb ik ook aangegeven wat het oordeel van de partijraad (die een eerdere versie heeft besproken) is geweest.
I. Verschillen tussen de concept-beginselverklaring en de huidige beginselverklaring uit 1980
|
Concept-beginselverklaring |
Huidige beginselverklaring uit 1980 |
Deze paragraaf is helemaal nieuw. Met name het voorgestelde "offensief tegen de terreur van de middelmaat" en de "strijd voor verheffing van de onderklasse" hebben al volop het nieuws gehaald. De tekst van deze paragraaf is in hoge mate Ruttiaans. |
Niet aanwezig |
Vrijheid en verantwoordelijkheid worden eerst genoemd. Uit deze 2 beginselen vloeien gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en sociale rechtvaardigheid voort. |
Artikel 1: De grondslag van de VVD De 5 beginselen van de VVD (vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid) worden zonder onderscheid benoemt. |
|
In deze tekst wordt gesproken over vrijheid in geestelijk en materieel opzicht. In de huidige beginselverklaring wordt daarnaast ook gesproken over vrijheid in staatskundig opzicht (artikel 4). |
Artikel 2: De mens Is als apart hoofdstuk vervallen. De onderdelen zijn nu verspreid over de paragrafen 2 en 4. |
|
Artikel 6: Ontplooiing door onderwijs
|
Nieuw is dat de mens als 'sociaal wezen' wordt gepositioneerd.
|
Artikel 3: De samenleving Paragraaf 4 heet nu "de hechte samenleving". Begrippen als "veelvormige samenleving", "naastenliefde" en "menselijke waardigheid" keren niet terug. |
|
Nieuw is ook dat (in de 2e alinea) dat de grondslag voor onze nationale identiteit wordt ingevuld. Dit staat niet in de huidige beginselverklaring, maar stond wel in de beginselverklaring daarvoor (voor 1980 dus). De partijraad was hier verdeeld over. |
Artikel 4: De vrijheid Het begrip 'staatskundig opzicht' is komen te vervallen. Voor het overige komt de strekking goed terug verdeeld over paragrafen 2, 4 en 5 (3e alinea). |
Deze twee alinea's behandelen de rol van de overheid en correspondeert met artikel 9 en artikel 11. Enkele nieuwigheden zijn:
|
Artikel 5: De rechten van de mens De 1e alinea van dit artikel komt in de geest (en meestal ook in de letter) terug in paragraaf 2.
De 2e alinea van dit artikel komt terug in de 4e alinea van paragraaf 5. De rol van de evenredige vertegenwoordiging bij het kiezen van het parlement is verdwenen. |
|
De democratische rechtstaat (alinea 3&4) Deze alinea's behandelen de rol van de rechtstaat en de rol van het parlement en correpsonderen met de 2e alinea van artikel 5, artikel 9 en artikel 10. Enkele nieuwigheden zijn:
|
Artikel 9: De democratische rechtsstaat Dit artikel is veel breedsprakiger dan de alinea's 3 en 4 van paragraaf 5, maar zeggen nagenoeg hetzelfde. Opvallend is dat de "geest van openheid" en "een zo ver mogelijk doorgevoerde decentralisatie" zijn komen te vervallen. |
|
|
Artikel 10: De constitutionele monarchie in Nederland Dit is volledig overgenomen in de 4e alinea van paragraaf 5. |
|
|
Artikel 11: De taak van de overheid De strekking van dit artikel komt verspreid terug in de paragrafen 1, 2 en 5. |
In de geest een bijna geheel nieuwe paragraaf. Enkele opvallende punten:
|
Artikel 7: De sociale markteconomie Artikel 8: De plaats van de arbeid Samen met artikel 7 (let op de nieuwe titel!) correspondeert dit artikel het meest met paragraaf 6. Eigenlijk zijn beide artikelen helemaal verdwenen. Opvallend is dat de invulling van het begrip 'sociale rechtvaardigheid' hiermee ook helemaal uit de concept-beginselverklaring is verdwenen, terwijl de strekking op dit punt als enige intact is overgenomen. |
In grote lijnen komt deze paragraaf overeen met artikel 12. Aanvullend wordt expliciet het belang van de EU onderstreept en wordt de NAVO genoemd als schild tegen internationaal terrorisme. |
Artikel 12: De internationale rechtsorde De strekking van dit artikel is gelijk gebleven. Meest opvallende punt is het vervallen van het woord 'broederschap' uit de nieuwe concep-tekst. |
Uit deze vergelijking blijkt dus dat veel inhoudelijke zaken uit de huidige beginselverklaring zowel in woord als in geest overeind zijn gebleven. Eigenlijk zit het grote verschil in een nieuwe paragraaf 1 en het vervallen van de artikelen 7 en 8. Daarnaast zijn de liberale beginselen in de nieuwe concept-tekst minder sterk uitgewerkt dan in de huidige tekst; dat is ideologisch een duidelijke achteruitgang.
II. Verschillen tussen de Toelichting en de 7 paragrafen van de beginselverklaring
Wat verder in de concept-tekst sterk opvalt is dat er eigenlijk 2 beginselverklaringen worden aangeboden. De eerste beginselverklaring is verdeeld in 7 paragrafen; de tweede is een essay met als titel "Toelichting. Het individu, de samenleving en de rol van de staat." Veel is hetzelfde en juist daarom is het zo zinvol om ook hiervoor na te gaan wat de verschillen zijn. Ik zal dit doen vanuit de 6 alinea's van de toelichting.
1e alinea
Hier worden de 5 beginselen herhaald (met vrijheid en verantwoordelijkheid als leidende begrippen) conform paragraaf 2. Opvallend is dat opeens enkele nieuwe beginselen worden geïntroduceerd, te weten zelfbeschikking, recht op privacy, rechtsstatelijkheid en democratie.
2e alinea
De start van deze alinea weerspiegelt de geest van de tekst in paragrafen 1, 2, 5 en 6 en gaat over het vertrouwen in de keuzes van individuen. Vervolgens wordt specifiek stilgestaan bij de rol van de staat om deze keuzes te maximaliseren. Hiermee wordt invulling gegeven aan het enkele zinnetje (paragraaf 5) waarin de rol van de staat klein en toch ook krachtig wordt voorgesteld. Opmerkelijk hierbij is dat de partijraad m.b.t. een eerder tekstvoorstel heeft aangegeven dat de term 'kleine en krachtige overheid' wel klopt, maar inhoudsloos is.
3e alinea
Hierin wordt de opmerking uit paragraaf 4 - waarin wordt gesteld dat de mens een sociaal wezen is - herhaald en nader uitgewerkt. Feitelijk kan deze alinea de 1e alinea van paragraaf 4 vervangen; het is volledige doublure.
4e alinea
Hierin wordt nogmaals de rol van de staat (paragraaf 5) nader ingevuld. Herhaald wordt dat de staat klein en krachtig moet zijn en net als in de 2e alinea wordt dit nader ingevuld. Nu wordt er - schijnbaar limitatief - een lijst met taken van de overheid opgesomd. Vervolgens wordt - schijnbaar vanuit het niets - afstand genomen van schaalvergroting (dit staat wel in paragraaf 3 over onderwijs, maar hier lijkt het veel breder bedoeld) en het pleidooi uit paragraaf 1 voor steun aan vakmensen wordt herhaald. Het is niet duidelijk waarom de 2e en de 4e alinea niet direct aan elkaar zijn gekoppeld en verweven.
5e alinea
In deze alinea (en nergens anders in de gehele tekst) wordt nader ingevuld wat wordt verstaan onder gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Hierdoor is het extra opvallend dat nergens een toelichting wordt gegeven bij het beginsel sociale rechtvaardigheid.
6e alinea
Hierin wordt de grondslag (de joods-christelijke traditie, het humanisme, de verlichting, de Nederlandse taal, de vaderlandse geschiedenis en de Grondwet) voor onze nationale identiteit (slot van paragraaf 4) herhaald. Een nadere toelichting ontbreekt waarmee het als enige alinea een volledige doublure is. Opmerkelijk, aangezien de partijraad sterk verdeeld was over het opnemen van deze tekst.
Peter Lamberts