Nieuwsbrief



Kort verslag partijraad Onderwijs (13 december 2008)

Het gaat er niet om HOE onderwijs wordt gegeven, maar WAT er aan onderwijs wordt gegeven.

Het verschil tussen deze twee benaderingen is de rol van de politiek. Uit het rapport van de commissie-Dijsselbloem is naar voren gekomen dat de politiek zich de afgelopen decennia veel te veel heeft bemoeid met het werk van de docent. Terwijl inmiddels iedereen roept dat dat niet goed is blijkt het in de praktijk toch wel te gebeuren. De VVD heeft daarom een rapport geschreven met voorstellen om het anders te doen. Hiervoor zijn een aantal belangrijke redenen.

Perverse prikkels

Uiteraard is de financiële ondersteuning van scholen van groot belang. Hoe kun je er nou voor zorgen dat scholen hun geld zo gebruiken dat het gewenste eindresultaat naar voren komt zonder je met de keuzes van de school te bemoeien? Dat is de uitdaging.

De oplossing - versimpeld weergegeven - in het vaststellen van het resultaat aan de einduitgang en het toetsen hiervan. De huidige financiering is hier niet op ingericht. Er zitten in de kern twee fouten in

  • 1. De school krijgt budget voor het aantal scholieren dat binnenkomt. Dat betekent (om in de woorden van een schooldirecteur te blijven) dat de leerling een klant is op het moment dat hij nog niet op school is ingeschreven en een kostenpost zodra dat wel gebeurt is. Sterker nog: als een school maar zorgt dat een leerling op 2 februari van het volgende jaar nog steeds op school zit krijgt de school het volledige jaarbudget voor dat kind. Als hij daarna de school verlaat en zich graag op een andere school wil inschrijven krijgt dit andere school hier helemaal niets voor en houdt de oude school het hele budget. Zonder sancties op enige manier.
  • 2. De school krijgt een budget voor het aantal diploma's dat wordt gehaald (gerekend vanaf de kinderen, die aan het 2e schooljaar beginnen). De scholen zijn dus heel streng met het doorlaten van groep 1 naar groep 2 én ze verzachten de eisen voor de tentamen/eindexamens, die ze (deels - op het middelbaar onderwijs de tentamens en op het hoger onderwijs het geheel) zelf mogen samenstellen. Dan ga je dus voor een zesje dat ook nog eens aan inflatie onderhevig is.

Toetsen op kwaliteit

De term is al gevallen: 'zesjesniveau'. En dat zesje wordt ook door de zwakker wordende toetsing steeds minder waard.

Dat ligt niet alleen aan de scholen. Ook de eisen van het onderwijs - wat moet een leerling aan het einde van de rit kunnen - worden steeds meer bijgesteld. De gedachte is dat het best zielig is voor een leerling om te falen. Competitie is best wel een vies woord. Kortom: de zieligheidsgedachte, die steeds meer post vat in onze samenleving komt ook om de hoek kijken in het onderwijs (misschien wel: juist in het onderwijs!). En daar waar de VVD pleit voor selectie aan de poort (lees: hoge eisen stellen aan de leerling, die binnenkomt - met name in het voortgezet en hoger onderwijs uiteraard) pleit links Nederland voor een andere selectie aan de poort. De docenten, die worden toegelaten zijn steeds meer geneigd om de kant te kiezen van de leerlingen die niet willen, niet kunnen en daardoor ook niet doen. Juist door deze selectie worden kinderen met een gemakzichtige houding geholpen om toch een diploma te krijgen. En diploma's in gemakzucht levert een samenleving met gemakzucht op. Ook onder de volgende generatie docenten. En zo is de kring snel rond.

Zet de docent in zijn kracht

De oplossing is even simpel als onbereikbaar: er zijn ontzettend veel goede docenten. Docenten, die vaak tegen de stroom op toch strijden voor hun vak: kennis doorgeven aan kinderen om van hen zelfstandige (en daardoor: krachtige) burgers van onze samenleving te maken.

Dit betekent ook dat je docenten met goede resultaten beter beloond; net zoals je medewerkers in een bedrijf beter beloond als ze betere resultaten laten zien. Daar hoort dus ook bij dat het mogelijk is om als docent carrière te maken voor de klas. Nu is het zo dat je alleen uit een behoorlijk laag salaris kunt ontsnappen door een management-functie te gaan bekleden. Voor de klas blijft het zo behelpen.

Wat ook helpt is het professionaliseren van de leiding van een school, het verkleinen van scholen en eisen van een hoge opleiding van de docenten. Zo bouw je een systeem waarin de docent tot zijn recht kan komen. En als de docent tot zijn recht komt betekent dat een zeer grote vooruitgang voor de leerlingen. In ieder geval de leerlingen, die wel willen.

Ga niet plakken aan het einde

Het spreekt voor zich dat je moet beginnen aan het begin. We constateren nu dat veel afgestudeerde PABO-studenten nauwelijks het niveau van groep 8 zijn ontstegen waar het om essentiële kennis als taal en rekenen gaat. Zo is er het voorbeeld van de groep 8-leerling, die thuis een rode pen leende om de verkeerd gespelde correcties van haar docent te corrigeren! De roep om meer controle op de PABO is daarom even logisch als terecht, maar het feitelijke probleem ligt natuurlijk eerder. Als er geen of beperkt aandacht voor essentiële vakken als taal en rekenen op het basis-onderwijs en het middelbaar onderwijs is het niet meer dan logisch dat je aan het einde van de rit een slecht product aflevert. De kring moet je dus aan het begin aanpakken: strenger zijn, kwaliteit nastreven en kinderen prikkelen om er alles uit te halen. Het maakt niet uit of dit kwaliteiten met de handen of met de hersenen is; als je kinderen maar stimuleert om te ontdekken wat ze in hun mars hebben.

De rol van de overheid is hierin even simpel als helder: maak duidelijk door een begintoets wat de binnenkomende kinderen kunnen en toets aan het einde wat er aan is toegevoegd. Daar tussenin is het aan de school om te presteren en als dat niet blijkt te lukken verliezen ze hun recht om door te modderen. Zieligheid belonen werkt zieligheid in de hand. Transparantie maakt de diversiteit aan talenten zichtbaar.

Tenslotte

Wat eigenlijk naar voren kwam is wat we in alle geledingen van de maatschappij zien: we durven mensen niet aan te spreken op de verantwoordelijkheid over hun handelen. We denken dat het sociaal is om mensen in bescherming te nemen. Het geeft echter als resultaat dat we mensen helpen om hun zwakke plekken te ontwikkelen, waardoor hun talenten blijven liggen. Want lagen we wel zijn: je talenten ontwikkel je door hard te werken en teleurstellingen te verbijten en je gemak ontwikkel je door je lekker te koesteren in de inspanningen van een ander. En toen Heracles op de tweesprong stond en kon kiezen tussen het gemak en de inspanning koos hij voor het laatste. Maar niet iedereen is als Heracles. Ook niet als we weten dat het gemak ook de verveling met zich meebrengt en de inspanning eer en voldoening.

De boodschap van deze partijraad was daarom even liberaal als herkenbaar: laten we de mensen helpen om te kiezen voor de weg van de inspanning. De VVD weet hoe dat moet: de docent weet HOE het moet en de overheid bepaald WAT er uit moet komen.

Peter Lamberts

Reageren

* - verplichte velden