De partijraad over criminaliteit was weer een ouderwetse partijraad. Plenair besproken stellingen, stemmingen en aanvullingen vanuit de partijraad zelf en naar grote tevredenheid van de aanwezigen. Bijkomend kenmerk van de partijraad was dat er sinds langere tijd weer een ouderwets 'rechts' geluid naar voren werd gebracht.
Naar aanleiding van het rapport (nr. 104) van de Teldersstichting "Veilige basis voor vrije burgers. Duidelijk liberale aanpad van veelvoorkomende criminaliteit" werd er zonder omhaal gekozen voor de bescherming van de burger tegen de dader. Ook werd vastgesteld dat de rechterlijke macht zich meer moet inspannen om haar oordeel te relateren aan het verwachtingspartroon van de burger (en dan niet de daders onder hen).
In haar inleiding schetste Fleur de Beaufort onder meer dat uit onderzoek is gebleken dat snel ingrijpen bij het bewandelen van de verkeerde weg de enige kans heeft om recidive (herhaling van crimineel gedrag) te voorkomen. Ook bleek in het rapport dat er een zeer groot gat zat tussen de door burgers gewenste straf (zeer hoog), de door de burgers verwachtte straf zoals het door rechters zal worden opgelegd (minder dan de helft) en de werkelijk door de rechters opgelegde straf (nog een stuk lager). Overigens bleek na een vraag uit de zaal dat de rechters en het Openbaar Ministerie in hun strafmaat zeer dicht bij elkaar liggen.
Vervolgens schetste hoofdcommissaris Wijbenga het grote probleem bij de politie aan de hand van een voorbeeld. Enige jaren eerder had de politie naar aanleiding van vele klachten een grote 'schoonmaak'-actie gehouden waarbij grote aantallen jonge criminelen waren opgepakt. Eenmaal voorgeleid bij de rechter beloofden ze beterschap en inkeer waarop de rechter de zeer arbeidsintensieve politie-actie beloonde met algehele vrijspraak. Het loste uiteraard helemaal niets op. Ook gaf hij aan dat de rechterlijke macht sinds de jaren '70 steeds vaker aandacht gaf aan de (re-socialisatie van) de dader en het slachtoffer steeds meer uit beeld verdween. Sinds de afgelopen 10 jaar is het slachtoffer weer in beeld. Het toekomstige slachtoffer is echter nog steeds geen partij in het hoofd van menig rechter, terwijl de preventie toch een belangrijke rol zou moeten spelen bij het bepalen van de strafmaat.
Vervolgens was er discussie aan de hand van vier stellingen:
I. Het strafrecht dient eerst en vooral te worden aangewend ter bescherming van de samenleving
Uit onderzoek blijkt dat juist de zwakkeren in de samenleving slachtoffer van kleine criminaliteit zijn. Ook blijkt dat een vroege aanpak van criminaliteit nog enig effect sorteert. Zodra iemand zeer regelmatig in de fout is gegaan wordt het steeds moeilijker om dit gedrag te wijzigen.
De partijraad steunde deze stellingen vrijwel anoniem.
II. Het oordeel van de rechter moet dichter bij het oordeel van de burger worden gebracht door uitbreiding van de motiveringsplicht, uitbreiding van het slachtofferspreekrecht en door de getuige een adviserende stem te geven.
Tweede Kamerlid Fred Teeven betoogde dat het uitbreiden van het spreekrecht voor getuigen in de praktijk alleen zal betekenen dat het nog langer duurt voordat een veroordeling kan plaatsvinden. Hij pleit juist voor meer snelrecht.
De partijraad steunt hem daarin. Ook de motiveringsplicht wordt ondersteunt, maar de adviserende stem voor de getuige wordt verworpen. Ook het extra ingebrachte punt van de minimumstraf wordt verworpen, omdat de rechter ten alle tijden onafhankelijk moet kunnen opereren ten opzichte van de wetgever.
III. Three strikes, maximum punishment.
De partijraad ondersteunt dit principe, waarbij een discussie ontstaat over de mogelijkheid van re-socialisatie. Aangezien de dader op dat moment al twee keer een lagere straf met veel aandacht voor re-socialisatie heeft gehad wordt ermee ingestemd dat de dader bij de derde keer een re-socialisatietraject krijgt na afronding van zijn straf.
IV. In het geval van noodweer moeten politie en Openbaar Ministerie in principe altijd aan de kant van het slachtoffer gaan staan. De rechter dient zelfverdediging altijd te laten meewegen als verzachtende omstandigheid.
Inmiddels heeft de Tweede Kamer-fractie een wetsvoorstel ingediend om dit te realiseren. Risico-aanvaarding door de dader (hij accepteert het risico van een stevige aframmeling) speelt hierbij een rol. In tegenstelling tot de wens van Fred Teeven door deze situatie alleen te laten bestaan voor situaties in huis (het slachtoffer is dan per definitie onschuldig) wil de partijraad ook situaties in het openbaar op deze wijze aanpakken. De partijraad wijst hierbij op het pootje haken van een tasjesdief. Fred Teeven ziet de problemen met name ontstaan bij knokpartijen in uitgaansgelegenheden.
Al met al een goede partijraad met een nog beter slot: wij als partijraad Gelderland stellen voor om de partijraad te gebruiken als toetsingsorgaan voor het concept van de nieuwe beginselverklaring.
Dit voorstel wordt door het Hoofdbestuur overgenomen. Naar verwachting zal deze bijeenkomst plaatsvinden in juni a.s. Voor de goede orde: de vergaderingen van de partijraad zijn openbaar; alleen het stemrecht is voorbehouden aan de leden van de partijraad.
Het belooft weer een zeer zinvolle partijraad te gaan worden.
Peter Lamberts