Nieuwsbrief



Partijraadsbijeenkomst: de onderkant van de samenleving

De betrokkenheid bij de onderkant van de samenleving is al jarenlang een steeds belangrijker wordend onderwerp binnen de VVD. Desondanks is het profiel van de VVD nog steeds nul-komma-nul. Het was daarom goed dat dit onderwerp door de partijraad op de agenda was gezet en ook hier bleek de grote betrokkenheid binnen de VVD met dit onderwerp.

Commissie-Sander Dekker

Op verzoek van Mark Rutte is een werkgroep onder leiding van de Haagse wethouder Sander Dekker gestart met het opstellen van een liberale benadering van de onderkant van de samenleving. De bijeenkomst geef hen de mogelijkheid om de huidige stand van zaken over het voetlicht te brengen. Vervolgens kunnen de leden van de partijraad hierop reageren.

3 Dimensies van de onderklasse

De commissie-Dekker constateert dat er 3 dimensies binnen de onderklasse zijn te onderscheiden:

  • 1. Een sociaal-economische dimensie: dit betreft mensen die (vaak langdurig (lees: levenslang)) afhankelijk zijn van een uitkering of een laag inkomen.
  • 2. Een gedragsmatige dimensie: dit betreft een aantal slechte leefgewoonten (zoals roken, drankmisbruik, ongezond eten e.d.), die vaak in combinatie te vinden zijn bij mensen aan de onderkant van de samenleving.
  • 3. Een culturele dimensie: Dit betreft de vraag hoe mensen in het leven staan. Defaitisme of de slachtofferrol geven meestal aan dat mensen geen vertrouwen hebben in positieve ontwikkelingen in hun leven.

Deze dimensies komen vaker (geïsoleerd of in combinatie) voor bij de onderklasse.

3 Effecten in relatie tot de onderklasse

Naast de dimensies zijn ook 3 effecten in beeld gebracht:

  • 1. Effecten op de samenleving. Hiermee wordt bedoeld dat naast de verstrekte uitkeringen ook via projecten en door ondersteuningsteams ongelooflijk veel geld wordt uitgegeven aan mensen in de onderklasse. Opvallend is daarbij dat het rendement van al deze gelden nagenoeg nihil is.
  • 2. Effecten op de directe omgeving. Hiermee wordt verwezen naar de effecten op de omgeving of kinderen. Gedacht moet dan worden aan hogere mate van criminaliteit, drugs- en drankoverlast en verslonsing.
  • 3. Effecten op het individu. Hierbij moet met name richting de kinderen worden gedacht aan situaties waarin kinderen niet meemaken dat hun ouders werk hebben en dus niet weten wat je kunt bereiken door deel te nemen aan het arbeidsproces. Ook veel taalproblemen ontstaan, omdat ouders thuis geen Nederlands spreken.

3 Centrale vragen

Tenslotte gaf de commissie-Dekker aan dat er 3 centrale vragen zijn waar antwoord op gegeven moet worden:

  • 1. Komt de achterstandpositie door een te laag inkomen of een te hoog uitgavenpatroon? Deze vraag ontstaat vooral, omdat uit alle overzichten blijkt dat het aantal mensen onder de (Nederlandse) armoedegrens leeft het kleinst is van heel Europa. Onder de vorige kabinetten-Balkenende (inderdaad: met de VVD) is het aantal mensen onder de armoedegrens gehalveerd. De opkomst van de voedselbanken wijst dus ook op een foutief uitgavenpatroon bij veel mensen.
  • 2. Waarom is het probleem zo hardnekkig? Deze vraag is van belang omdat veel mensen in de onderklasse er niet in slagen om zich aan hun misere te onttrekken. Het binnenhalen van vele kansarmen uit ontwikkelingslanden helpt hier bepaald niet bij.
  • 3. Hoe kunnen we op liberale wijze perspectief bieden? Dit is de slotvraag waar de commissie antwoord op hoopt te vinden. Dit antwoord wordt in de loop van het jaar verwacht.

De harde aanpak voor de harde problemen

Aanvullend gaf Mike Heuves van RADAR een blik in de praktijk van de aanpak door zijn bureau. Enerzijds is er sprake van de reguliere gezinscoach, die optreedt als managing director rond meer dan 25 groepen met hulpverleners. Door deze hoeveelheid hulpverleners wordt er feitelijk geen enkel resultaat bereikt bij mensen, die vaak diverse problemen tegelijkertijd hebben. Het enige gevolg is dat deze mensen nog minder vertrouwen hebben in de mogelijkheid om uit hun problemen te komen. Feitelijk ben je met deze hulp nog verder van huis verwijderd dan zonder hulp.

Het systeem van RADAR is minder vrijblijvend (geen hulp aanvaarden is b.v. geen uitkering krijgen) en de hulpverlener krijgt toestemming om het probleem aan te pakken zonder hierbij rekening te houden met de belangen van de betrokkene. Het gaat hier dan ook om mensen met buitengewone problemen en vaak een geestelijke achterstand. Daar staat tegenover dat de hulpverlener zelf de handen uit de mouwen steekt en 24 uur per dag bereikbaar is. Het handen uit de mouwen steken betekent met name dat praktische problemen (puinhopen opruimen, TV kapot of regelen van schuldsanering) concreet worden opgepakt en uitgevoerd.

Peter Lamberts

Reageren

* - verplichte velden